In dit artikel (5)
Deze fiche legt uit wanneer het bodemdecreet bij een vergunningsaanvraag een bodemonderzoek oplegt, en hoe u weet of er een wijziging “naar een strenger gebruik” is.
1. Wanneer is artikel 23 van het bodemdecreet van toepassing?
Er moet aan twee voorwaarden zijn voldaan:
- het terrein staat in de Banque de données de l’état des sols (BDES, databank van de bodemtoestand) als verontreinigd of mogelijk verontreinigd;
- het project bevat een van de voorziene aanleidingen: bepaalde werken die het bodembeheer raken (bijvoorbeeld een wijziging van de bebouwde oppervlakte), of een wijziging naar een strenger gebruik.
In dat geval moet een oriënterend onderzoek (of een gecombineerd onderzoek) worden uitgevoerd, onder voorbehoud van de vrijstellingen, afwijkingen en ontheffingen die het decreet voorziet. Zie de fiche van de UVCW over artikel 23.
2. Het bodemformulier bij de aanvraag
Bij de vergunningsaanvraag hoort het formulier over het beheer en de sanering van de bodem (“Annexe BDES” in Airplan). Daarmee wordt nagegaan of een van de aanleidingen van toepassing is.
3. Gebruik in rechte, feitelijk gebruik, in aanmerking genomen gebruik
Het bodemdecreet onderscheidt vijf gebruikstypes, van het strengste naar het minst strenge: I natuurlijk, II landbouw, III wonen, IV recreatief of commercieel, V industrieel.
- Het gebruik in rechte volgt uit de planologische bestemming van het goed (gewestplan, lokaal oriëntatieschema enz.), vertaald naar een gebruikstype via bijlage 2 van het bodemdecreet.
- Het feitelijk gebruik is wat er werkelijk op het terrein gebeurt, vertaald via bijlage 3.
- Het in aanmerking genomen gebruik: zowel voor de huidige als voor de geplande toestand neemt het formulier het strengste gebruik van de twee in aanmerking.
Er is een wijziging naar een strenger gebruik wanneer het in aanmerking genomen gebruik in de geplande toestand strenger is dan het in aanmerking genomen gebruik in de huidige toestand. Wie alleen de feitelijke gebruiken vergelijkt, kan tot een verkeerde conclusie komen.
4. Twee voorbeelden
Een winkel die wordt omgebouwd tot woningen, in woongebied:
| Toestand | Gebruik in rechte | Feitelijk gebruik | In aanmerking genomen gebruik |
|---|---|---|---|
| Huidig | III (woongebied) | IV (winkel) | III |
| Gepland | III (woongebied) | III (woningen) | III |
Het in aanmerking genomen gebruik blijft III: dit project leidt niet tot een wijziging naar een strenger gebruik. Een andere aanleiding, zoals werken die het bodembeheer raken, kan wel van toepassing zijn.
Een industriële site die na een bestemmingswijziging een woonfunctie krijgt:
| Toestand | Gebruik in rechte | Feitelijk gebruik | In aanmerking genomen gebruik |
|---|---|---|---|
| Huidig | V (gebied voor industriële bedrijfsactiviteiten) | V (opslagplaats) | V |
| Gepland | III (woongebied) | III (woningen) | III |
Het in aanmerking genomen gebruik gaat van V naar III: dat is een wijziging naar een strenger gebruik. Staat het terrein in de BDES als verontreinigd of mogelijk verontreinigd, dan is artikel 23 van toepassing.
5. In Airplan
Airplan neemt de bestemming volgens het gewestplan en de BDES-zone over die op het perceel zijn gedetecteerd, wat u helpt om het bodemformulier in te vullen. Het feitelijk gebruik, huidig en gepland, vult u zelf in: de conclusie hangt van die antwoorden af.